ECLI:NL:GHSHE:2008:BC3830

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R200701353
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Den Hartog Jager
  • Van den Bergh
  • Adriaansens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing conservatoir loonbeslag wegens gebrek aan belang na betaling aan vennootschap

In deze civiele zaak verzocht [X.], handelend onder de naam [X.] Dakbedekkingen, om verlof voor het leggen van conservatoir loonbeslag op [Y.]. De rechtbank wees dit verzoek af na een mondelinge behandeling waarbij [X.] en zijn advocaat niet verschenen. Het hof behandelde het hoger beroep en oordeelde dat het verzoek terecht was afgewezen.

De kern van het geschil betrof een bodemprocedure tussen de vennootschap onder firma (v.o.f.) [X.] en [Y.], waarbij het vonnis ten gunste van de v.o.f. was gewezen en het toegewezen bedrag inmiddels volledig was voldaan. [Y.] was in hoger beroep gegaan met de stelling dat de v.o.f. niet meer bestond ten tijde van de dagvaarding en dat hij derhalve door [X.] als eenmanszaak had moeten worden gedagvaard.

Het hof overwoog dat, mocht het vonnis worden vernietigd, [X.] alsnog beslag kan leggen in een nieuw geding. Op dit moment was er geen noodzaak voor loonbeslag, temeer daar het gevorderde bedrag reeds was betaald en loonbeslag voor [Y.] onnodig bezwarend zou zijn. De afwijzing van het verzoek was echter onvoldoende gemotiveerd, maar dit leidde niet tot toewijzing van het verzoek. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot conservatoir loonbeslag wegens gebrek aan belang en onvoldoende noodzaak.

Uitspraak

dHJ
16 januari 2008
Sector civiel recht
Zevende kamer
Rekestnummer: R200701353
Zaaknummer eerste aanleg: 124553/KG RK 07-1003
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Beschikking
in de zaak in hoger beroep van:
[X.],
h.o.d.n. [X.] Dakbedekkingen,
wonende en [woon- en vestigingsplaats],
appellant,
hierna te noemen: [X.],
advocaat: mr. P.R.J.M. Douffet te Sittard,
procureur: mr. J.E. Benner,
t e g e n
[Y.],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: [Y.],
advocaat: mr. G.A.M.F. Spera te Maastricht.
1. Het verloop van het geding
1.1. Bij inleidend verzoekschrift, binnengekomen ter griffie van de rechtbank Maastricht op 21 november 2007, heeft [X.] verzocht, kort gezegd, hem verlof te verlenen conservatoir (loon)beslag te leggen.
1.2. Op 4 december 2007 heeft de rechtbank de zaak de mondelinge behandeld. De advocaat van [X.] en [X.] zijn toen niet verschenen. Het verzoek is, na het horen van [Y.], afgewezen.
1.3. Bij beroepschrift, ingekomen bij het hof op 18 december 2007, verzoekt [X.] hem alsnog verlof te verlenen.
1.4. De mondelinge behandeling bij het hof vond plaats op 9 januari 2008. Daarbij zijn gehoord mr. Douffet, en [Y.], bijgestaan door mr. Spera. Er is ter zitting mondeling verweer gevoerd.
2. De beoordeling
2.1. In de grief voert [X.] aan dat de voorzieningenrechter hem had behoren te horen hoewel hij enkele minuten te laat was voor de zitting.
2.2. De grief faalt. [X.] is gehoord. Hij heeft immers zijn standpunt verwoord in het inleidend verzoekschrift. Er bestond voor de voorzieningenrechter kennelijk geen aanleiding om de mondelinge behandeling aan te houden. Een verplichting daartoe bestond evenmin.
2.3. [X.] voert voorts aan dat de afwijzende beschikking ten onrechte niet is gemotiveerd. De grief is in zoverre gegrond. Meestal behoeft een toewijzend beslagverlof niet te worden voorzien van een (nadere, expliciete) motivering – deze kan immers uit het gestelde in het verzoekschrift volgen – voor een afwijzing van een verzoek is dat anders en dient altijd een motivering te volgen. Het hof kan anders niet nagaan op welke grond het verzoek is afgewezen. Mocht de afwijzing zijn gelegen in de afwezigheid ter zitting van (de advocaat van) [X.], dan is die grond ondeugdelijk. De grond voor afwijzing van een verzoek dient te worden gevonden in hetgeen partijen over en weer hebben gesteld. Gegrondheid van de grief leidt evenwel niet tot toewijzing van het verzoek. Het hof overweegt daartoe als volgt.
2.4. Tussen de vennootschap onder firma [X.] en [Y.] is een bodemprocedure gevoerd. Bij uit-voerbaar bij voorraad verklaard vonnis is de vordering van [X.] toegewezen. [X.] (v.o.f.) heeft dit vonnis geëxecuteerd. Het toegewezen bedrag is inmiddels in het geheel voldaan aan de gemachtigde van [X.] (v.o.f.). [Y.] is in hoger beroep gekomen van het vonnis. Hij voert als (eerste) grief aan dat ten tijde van de inleidende dagvaarding de v.o.f. [X.] niet meer bestond zodat hij door [X.] (als eenmanszaak) gedagvaard had behoren te worden. Voor het geval deze grief van [Y.] slaagt, en bijgevolg het vonnis ten gunste van de v.o.f. [X.] zou worden vernietigd, en [Y.] uit dien hoofde een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling op de v.o.f. [X.] zou krijgen, wil [X.] (de eenmanszaak) thans reeds, vooruitlopende op een door hem opnieuw aanhangig te maken geding, conservatoir (loon)beslag doen leggen.
2.5. Naar het oordeel van het hof heeft [X.] onvoldoende belang bij toewijzing van zijn verzoek. Mocht immers het bedoelde vonnis vernietigd worden om de aangevoerde reden dan kan, zo dat noodzakelijk is (en dat zal mogelijk afhangen van de behandeling van de overige grieven), door [X.] alsnog beslag worden gelegd, en wel onder zichzelf dan wel, voor zover de v.o.f. nog niet is vereffend, onder de (ontbonden) v.o.f. Voor (loon)beslag ten laste van [Y.] bestaat daarom op dit moment geen noodzaak. Dit temeer niet omdat niet vaststaat dat de bedoelde grief zal slagen of tot vernietiging van het vonnis, althans tot een terugbetalingverplichting van [X.] aanleiding zal geven.
2.6. Ook neemt het hof in overweging dat loonbeslag voor [Y.] te bezwaarlijk is en door hem niet behoeft te worden geduld, omdat het bedrag dat [X.] van hem verlangt, inmiddels uit zijn vermogen is verdwenen en, naar het hof aanneemt, in de macht van [X.] is gekomen.
2.7. [Y.] is geen vast recht verschuldigd, hij heeft geen procureur gesteld, noch heeft hij een proceskostenbeslissing gevraagd. Tegen deze achtergrond bestaat er geen aanleiding om een proceskostenbeslissing te geven (die ware zij gegeven op nihil zou uitkomen).
2.8. Mitsdien dient thans als volgt te worden beslist.
3. De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Den Hartog Jager, Van den Bergh en Adriaansens uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 16 januari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.