ECLI:NL:GHSHE:2008:BC2196
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Slootweg
- Walsteijn
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens bedrijfseconomische redenen en onvoldoende re-integratie
De werknemer, een 50-jarige product-/salesmanager met een dienstverband van 2,5 jaar, werd wegens bedrijfseconomische redenen ontslagen met toestemming van het CWI. Na een burn-out en ziekteverzuim vanaf september 2003, waarbij de werknemer slechts kort werkte, heeft de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen geleverd. Dit vertraagde de terugkeer naar werk en beïnvloedde de positie van de werknemer op de arbeidsmarkt negatief.
De kantonrechter had reeds geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege het gevolgencriterium. Het hof bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de werkgever haar re-integratieverplichtingen niet is nagekomen, wat heeft geleid tot vertraging en nadelige gevolgen voor de werknemer. De werknemer heeft pas ruim na het ontslag bij een ander bedrijf kunnen re-integreren, mede door het aanvankelijk gehandhaafde concurrentiebeding.
Het hof wijst een billijke schadevergoeding toe van €30.000 bruto, gebaseerd op de inkomensschade en omstandigheden van het geval, en een bedrag van €2.677,68 bruto voor niet genoten vakantiedagen. Tevens veroordeelt het hof de werkgever in de proceskosten van beide instanties. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof verklaart het ontslag kennelijk onredelijk en kent een schadevergoeding van €30.000 en €2.677,68 voor niet genoten vakantiedagen toe.