ECLI:NL:GHSHE:2008:BC2190
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Spoor
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeval en voldane zorgplicht werkgever
Werkneemster [X.] vorderde schadevergoeding van haar werkgever Depron wegens een slijmbeursontsteking en tennisarm die zij zou hebben opgelopen door haar werkzaamheden, resulterend in blijvende arbeidsongeschiktheid. Zij ontving een WAO-uitkering tussen 25-35% en een WW-uitkering. De werkgever stelde verjaring van de vordering en betwistte het causaal verband tussen werk en klachten.
De rechtbank had het beroep op verjaring gehonoreerd, maar het hof oordeelde dat de verjaringstermijn pas begint te lopen wanneer de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering in te stellen. Gezien medische rapporten kon in 2001 nog niet met zekerheid worden vastgesteld dat de arbeidsongeschiktheid blijvend was, zodat de vordering niet verjaard was.
Medische verklaringen van huisarts en fysiotherapeut waren onvoldoende om het causaal verband tussen werk en klachten te bewijzen, mede omdat klachten ook vóór indiensttreding bestonden. De arbeidsgeneeskundige rapportages en risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) toonden aan dat de werkgever aan haar zorgplicht had voldaan, passende maatregelen had genomen en dat geen passend werk beschikbaar was.
De vorderingen van werkneemster werden daarom afgewezen. Tevens werd zij veroordeeld in de proceskosten van het incidenteel appel. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank onder verbetering en aanvulling van gronden.
Uitkomst: De vordering van werkneemster tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat onvoldoende bewijs is voor het causaal verband en de werkgever aan haar zorgplicht heeft voldaan.