ECLI:NL:GHSHE:2007:BC9676
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Spoor
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over pensioentoezegging, salarisverhogingen en extra verlofdagen bij langdurige ziekte
De werknemer was sinds 1976 in dienst bij de BV en vorderde in hoger beroep een pensioenregeling, salarisverhogingen vanaf 2002 en vijf extra verlofdagen per jaar. Hij baseerde zijn pensioenvordering op artikel 2 lid 2 van Pro de Pensioen- en Spaarfondsenwet, stellende dat andere werknemers wel een pensioenregeling hadden. De kantonrechter wees de vordering af omdat vaststond dat geen pensioentoezegging was gedaan en het wettelijke vermoeden van artikel 2 lid 2 PSW Pro werd ontzenuwd.
Ten aanzien van de salarisverhogingen stelde de werknemer dat hij niet anders behandeld mocht worden dan collega’s, ondanks langdurige ziekte. Het hof oordeelde dat er geen recht op reguliere salarisverhogingen bestond omdat deze prestatiegerelateerd waren en de werknemer vanwege ziekte geen wezenlijke prestatie had geleverd. De vordering tot doorbetaling van onkostenvergoeding tijdens ziekte werd eveneens afgewezen, omdat deze vergoeding betrekking had op daadwerkelijk gemaakte kosten die tijdens ziekte niet waren gemaakt.
De werknemer vorderde ook vijf extra verlofdagen per jaar, gebaseerd op een afspraak uit 2001 waarbij hij afzag van een loonsverhoging. Het hof erkende deze afspraak, maar verwierp het beroep op een afwijkende opbouwregeling van verlof tijdens ziekte, omdat geen bewijs was geleverd van een afwijkende afspraak.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de werknemer in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat het wettelijke vermoeden van pensioentoezegging niet geldt indien vaststaat dat geen toezegging is gedaan, en dat prestatiegerelateerde salarisverhogingen niet hoeven te worden toegekend bij ziekte zonder prestatie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst alle vorderingen van de werknemer af.