ECLI:NL:GHSHE:2007:BC2069
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Van Teeffelen
- Draijer-Udo
- Philips
- Rechtspraak.nl
Medebeslissingsrecht van de gezaghebbende ouder volgens Duits recht in familierechtelijke procedure
In deze civiele procedure stond het medebeslissingsrecht van de man als gezaghebbende ouder centraal, waarbij Duits recht van toepassing was. Het hof vroeg ambtshalve advies aan het Internationaal Juridisch Instituut te Den Haag over de interpretatie van relevante bepalingen uit het Duitse Bürgerliches Gesetzbuch (BGB).
Uit het advies bleek dat ouders die gezamenlijk gezag hebben, belangrijke beslissingen over het kind gezamenlijk moeten nemen, terwijl beslissingen over het dagelijks leven door de verzorgende ouder alleen genomen mogen worden. De vrouw erkende dat overleg en gezamenlijke besluitvorming over gewichtige aangelegenheden noodzakelijk zijn, maar vond de eis van de man te streng geformuleerd.
Het hof stelde vast dat de gewijzigde eis van de man strookt met het Duitse recht en wees deze toe. De vrouw moet met de man overleggen en in onderlinge overeenstemming beslissen over fundamentele kwesties zoals schoolkeuze, medische behandelingen en verhuizing, terwijl het vonnis voor het overige werd bekrachtigd. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw is verplicht om belangrijke beslissingen over het kind in onderlinge overeenstemming met de man te nemen volgens Duits recht.