ECLI:NL:GHSHE:2007:BC1558
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Zwitser-Schouten
- Aarts
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid ziekenhuis voor neurologische schade na chemonucleolyse ondanks aanprikken subdurale ruimte
Appellante onderging op 18 maart 1998 een chemonucleolyse in het ziekenhuis voor haar herniaklachten. Tijdens de behandeling werd contrastvloeistof ingespoten om de naaldpositie te controleren. Kort na de ingreep traden ernstige neurologische complicaties op. Appellante stelde het ziekenhuis aansprakelijk wegens een vermeende medische fout bij het aanprikken van de tussenwervelschijf L3-4, waarbij de subdurale ruimte zou zijn doorboord.
De rechtbank wees de vordering af, waarna het hof het deskundigenonderzoek bevestigde. Deskundigen concludeerden dat het aanprikken van de subdurale ruimte het risico op neurologische schade heeft doen ontstaan, maar dit niet als een medische fout kan worden aangemerkt. De controle met contrastvloeistof was onderdeel van de procedure, en het niet opmerken van de aanwezigheid van contrastvloeistof in de subdurale of subarachnoïdale ruimte door de neuroloog is geen verwijtbare nalatigheid.
Het hof oordeelde dat de neuroloog en het ziekenhuis niet tekortgeschoten zijn in hun zorgplicht en professionele standaard. De eerdere conclusie van de rechtbank dat sprake was van een medische fout werd onjuist bevonden. Het hof bekrachtigde het vonnis van 7 september 2005 en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot aansprakelijkheid af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.