ECLI:NL:GHSHE:2007:BB7868
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Fikkers
- Riemens
- Van Empel
- Rechtspraak.nl
Opheffing erfdienstbaarheid geweigerd wegens ontbreken redelijk belang heersend erf
In deze zaak vordert appellante de opheffing van een erfdienstbaarheid die rust op haar erf ten gunste van geïntimeerde sub 1. De erfdienstbaarheid is in 1972 gevestigd en betreft het gebruik van een strook grond als in- en uitrit. Appellante stelt dat geïntimeerde sub 1 geen redelijk belang meer heeft bij het voortzetten van de erfdienstbaarheid en dat zij zelf belang heeft bij opheffing vanwege gebruiksbeperkingen, veiligheid, ongemak en waardevermeerdering van haar woning.
De rechtbank wees de vordering af en het hof bekrachtigt dit oordeel. Het hof overweegt dat op grond van artikel 5:79 BW Pro een erfdienstbaarheid kan worden opgeheven indien de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang meer heeft bij de uitoefening ervan. Dit is een strenge maatstaf waarbij het belang van de eigenaar van het heersende erf zwaar weegt. In dit geval is het belang van geïntimeerde sub 1 gelegen in het bereiken van zijn garage via de erfdienstbaarheid, hetgeen ook een zekere financiële waarde vertegenwoordigt.
Het hof stelt vast dat appellante geen zwaarwegend belang heeft bij opheffing, mede omdat haar belangen niet wezenlijk anders zijn dan ten tijde van de vestiging van de erfdienstbaarheid. De subsidiaire vordering tot wijziging wordt afgewezen vanwege overgangsrecht. Het hof veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Maastricht van 7 juni 2006.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot opheffing van de erfdienstbaarheid af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.