ECLI:NL:GHSHE:2007:BB7851
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Bark-van Gink
- Theuws
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vernietiging convenant verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd in 1978 en zijn in 2004 gescheiden. Op 5 juni 2002 sloten zij een convenant waarin de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap werd geregeld, waarbij de man de bezittingen en schulden op de Nederlandse Antillen kreeg en de vrouw de bezittingen in Nederland.
De vrouw vorderde vernietiging van het convenant op grond van artikel 3:196 BW Pro wegens benadeling en stelde dat de man haar had misleid over de waarde van de goederen en schulden. De rechtbank wees deze vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de vrouw onvoldoende informatie had verstrekt om haar stellingen te ondersteunen.
Het hof verwierp het verweer van de man dat het convenant al voor 2 juni 2002 definitief was, en volgde de uitleg dat de definitieve overeenkomst op 5 juni 2002 was gesloten. Het hof stelde vast dat partijen onvoldoende inzicht hadden gegeven in de waarde en schulden van de boedelbestanddelen op de peildatum, en verwees de zaak voor nadere informatievoorziening. De vorderingen van de vrouw tot vernietiging en herstel van nadeel werden afgewezen, mede omdat zij geen alternatief voorstel deed voor de verdeling.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot vernietiging van het convenant en herstel van nadeel af en verwijst de zaak voor nadere informatievoorziening.