ECLI:NL:GHSHE:2007:BB7690
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- J.M.W.M. van den Elzen
- N.J.L.M. Tuijn
- W.E.C.A. Valkenburg
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na vrijspraak moord wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis
Verzoeker heeft een schadevergoeding gevraagd wegens de immateriële schade die hij heeft geleden door een langdurige voorlopige hechtenis van 512 dagen op verdenking van moord, waarvan hij uiteindelijk is vrijgesproken.
De voorlopige hechtenis bestond uit 49 dagen in beperkingen op een politiebureau en 463 dagen in een huis van bewaring. Verzoeker stelde dat de detentie langer dan noodzakelijk was en dat hij ernstige levensbedreigingen ondervond van de familie van het slachtoffer, wat zijn leven totaal ontwricht heeft.
Het hof stelde vast dat de verdenking van een bijzonder ernstig feit (moord) en de eerdere veroordeling tot een lange gevangenisstraf (14 jaar) de situatie verzwaarden. Ook achtte het hof aannemelijk dat de smetten van de verdenking aan verzoeker kleven en dat de levensbedreigingen reëel zijn.
De gebruikelijke vergoeding per dag detentie werd door het hof verhoogd tot het viervoudige wegens de bijzondere omstandigheden. Het hof wees het verzoek tot een nog hogere vergoeding af en kende een totaalbedrag van €148.260 toe.
De beslissing werd genomen door de raadkamer van het hof op 13 november 2007 na behandeling met gesloten deuren en na kennisname van de conclusie van de advocaat-generaal.
Uitkomst: Het hof kent verzoeker een schadevergoeding van €148.260 toe wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis na vrijspraak moord.