ECLI:NL:GHSHE:2007:BB7387
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Begheyn
- Feddes
- Van Harinxma thoe Slooten
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige concurrentie en verbod op soortgelijke onderneming na ontbinding vennootschap
In deze civiele zaak staat de onrechtmatigheid van concurrentie centraal tussen voormalige vennoten die gezamenlijk een restaurant en een Islamitische slagerij exploiteerden. Na ontbinding van de vennootschappen onder firma per 1 januari 2005 ontstond een geschil over de exploitatie van de slagerij en een nabijgelegen supermarkt.
De voorzieningenrechter had appellant verboden zonder ontheffing vlees te bewerken en te verkopen, en bepaalde dat een gemeenschappelijke bankrekening moest worden geopend. In hoger beroep vernietigde het hof het verbod voor de periode na 4 juni 2007, toen appellant een voorlopige ontheffing verkreeg. Het hof oordeelde echter dat appellant onrechtmatig handelt door een soortgelijke onderneming te drijven binnen twee kilometer van geïntimeerde, waarbij hij oude klanten afsnoept en de winst van geïntimeerde negatief beïnvloedt.
Het hof stelde vast dat ondanks het ontbreken van een formeel concurrentiebeding, bijzondere omstandigheden zoals de langdurige samenwerking en de feitelijke vennootschap tussen partijen een verbod rechtvaardigen. Het concurrentieverbod geldt voor vijf jaar en omvat het staken van de bedrijfsvoering van de supermarkt. Daarnaast werd appellant veroordeeld tot het betalen van proceskosten. Diverse grieven van appellant werden afgewezen, waaronder die over de hoogte van de dwangsommen en de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellant is verboden binnen vijf jaar en twee kilometer een soortgelijke onderneming te drijven en moet de bedrijfsvoering van de supermarkt staken.