ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6849
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Hutten
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnissen en afwijzing grieven inzake saneringskosten bodemverontreiniging
In deze civiele procedure stond de vraag centraal wie de kosten van de sanering van een verontreinigde stortlaag (laag C) en de daaraan verbonden verhardingslaag (laag A) moet dragen. Appellant voerde onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de verwijdering van de verhardingslaag die door geïntimeerde was aangebracht, ten laste van appellant moest komen.
Het hof stelde vast dat appellant was toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de stelling dat laag C op zijn handelen terug te voeren was en dat hij van het risico van bodemverontreiniging op de hoogte was. Appellant heeft echter geen getuigen gehoord of ander tegenbewijs geleverd, zodat het hof uitging van de juistheid van de stelling.
De grief over de toerekening van de verwijderingskosten van de verhardingslaag werd verworpen omdat de rechtbank duidelijk had bedoeld dat de kosten van verwijdering van de verhardingslaag die door appellant zelf was aangebracht, voor zijn rekening komen. Over de verwijderingskosten van de asfaltgranulaatlaag (laag D) was geen verschil van inzicht.
Ook de grief over de proceskostenveroordeling werd verworpen. Het hof bekrachtigde de eerdere vonnissen en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst de grieven van appellant af, inclusief de betwisting van de toerekening van saneringskosten.