ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6833
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.L.M. Tuijn
- J.M.W.M. van den Elzen
- R.W.J. van Veen
- Rechtspraak.nl
Nietigheid eerste aanleg wegens ontbreken vertaling dagvaarding en ontvankelijkheid hoger beroep
In deze strafzaak stelde verdachte hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter, hoewel dit na het verstrijken van de beroepstermijn gebeurde. Verdachte was niet verschenen in eerste aanleg en had een dagvaarding ontvangen die uitsluitend in het Nederlands was gesteld, een taal die zij niet machtig was. Er is niet gebleken dat verdachte een vertaling van de dagvaarding heeft ontvangen of dat haar de inhoud op begrijpelijke wijze is meegedeeld.
Het hof oordeelde dat verdachte niet op deugdelijke wijze was voorgelicht over het Nederlandse strafrecht en de beroepstermijnen, waardoor de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar is en verdachte ontvankelijk in hoger beroep is. Tevens verklaarde het hof de behandeling in eerste aanleg nietig, omdat de politierechter had moeten onderzoeken of verdachte op de hoogte was van de zitting en de beschuldiging, en of zij afstand had gedaan van haar aanwezigheidsrecht.
Het arrest vernietigt het vonnis van de politierechter en verwijst de zaak terug naar de rechtbank 's-Hertogenbosch om verdachte alsnog een vertaling van de dagvaarding te verstrekken en de zaak inhoudelijk te behandelen. Mr. Van Veen kon het arrest niet medeondertekenen.
Uitkomst: Het hof verklaart verdachte ontvankelijk in hoger beroep en vernietigt het vonnis van de politierechter wegens het ontbreken van een vertaling van de dagvaarding.