ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6771
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Klerk-Leenen
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering geldlening wegens ontbreken bewijs van leningsovereenkomst
In deze civiele zaak staat centraal of tussen appellant en geïntimeerde een geldlening van f 25.000,- (€ 11.344,51) is gesloten en daadwerkelijk is verstrekt. Appellant stelt dat hij dit bedrag aan geïntimeerde heeft geleend, die het vervolgens aan een derde, persoon 1, zou hebben doorgeleend. Geïntimeerde betwist dit en stelt dat zij de leningsovereenkomst niet heeft ondertekend en dat het bedrag in feite door appellant aan persoon 1 is verstrekt.
De rechtbank had in eerste aanleg voorshands bewezen geacht dat de leningsovereenkomst op 25 augustus 1998 was gesloten, maar liet geïntimeerde toe tegenbewijs te leveren. Zij slaagde daarin door aan te tonen dat zij op die datum in Bulgarije verbleef en de overeenkomst niet kon hebben ondertekend. Het hof neemt dit oordeel over en constateert dat appellant ook niet volhoudt dat de lening op die datum is verstrekt.
Het hof overweegt dat de stukken en getuigenverklaringen onvoldoende bewijs leveren dat appellant het bedrag daadwerkelijk aan geïntimeerde heeft uitgeleend. De vermeende schriftelijke leningsovereenkomst is niet door geïntimeerde ondertekend en appellant heeft geen andere deugdelijke bewijzen aangevoerd. De vordering tot terugbetaling van het geleende bedrag en rente wordt daarom terecht afgewezen. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van de vermeende geldlening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van leningsovereenkomst en betaling.