ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6386
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Feddes
- Riemens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake executoriale en conservatoire beslagen bij niet-voltooide aannemingsovereenkomst
Partijen sloten in juli 2002 een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een stoeterij. De aannemer ([geïntimeerde]) werd bij vonnis van 25 april 2003 veroordeeld de werkzaamheden binnen drie maanden te voltooien, onder dreiging van dwangsommen tot maximaal €250.000 en met toestemming voor de opdrachtgever ([appellant]) om het werk door derden te laten voltooien indien niet voldaan werd.
De aannemer stelde de werkzaamheden in juli 2003 te hebben voltooid, maar de opdrachtgever betwistte dit en maakte aanspraak op de maximale dwangsommen. Er werden executoriale en conservatoire beslagen gelegd. De voorzieningenrechter oordeelde dat niet onomstotelijk vaststond dat de aannemer tekort was geschoten en beval opheffing van de beslagen.
Het hof overweegt dat uit de feiten en stukken blijkt dat de aannemer de werkzaamheden niet heeft voltooid, mede gelet op een opname in september 2003 waarbij gebreken werden vastgesteld en niet zijn hersteld. Het belang van de opdrachtgever bij executie weegt zwaarder dan dat van de aannemer bij niet-executie. De vorderingen tot opheffing van de beslagen en tot terugbetaling van dwangsommen worden afgewezen.
De vordering van de opdrachtgever tot betaling van herstelkosten wordt eveneens afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van de aannemer af, terwijl de vorderingen van de opdrachtgever in conventie worden afgewezen. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot opheffing van de beslagen af en veroordeelt partijen in de proceskosten.