ECLI:NL:GHSHE:2007:BB5677
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J. Huurman-van Asten
- E.S.G.N.A.I. van de Griend
- J.M. Reijntjes
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid economische kamer na wijziging tenlastelegging in economisch strafproces
In deze zaak stond de vraag centraal welke kamer van de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van een ten laste gelegd feit na een wijziging van de tenlastelegging. Aan verdachte was aanvankelijk een economisch delict ten laste gelegd, namelijk overtreding van artikel 10 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet 1998, waarvoor de economische kamer bevoegd was.
Tijdens de terechtzitting in eerste aanleg werd de tenlastelegging gewijzigd, waarbij primair het delict dood door schuld ex artikel 307 Sr Pro werd toegevoegd, een niet-economisch delict. De economische kamer verklaarde deze wijziging toelaatbaar en vervolgde de procedure.
Het hof oordeelt echter dat het primair ten laste gelegde feit bepalend is voor de bevoegdheid van de kamer. Na de wijziging was het primair ten laste gelegde feit een strafbaar feit uit het Wetboek van Strafrecht, waardoor niet de economische kamer maar de meervoudige strafkamer bevoegd was. De economische kamer had zich daarom onbevoegd moeten verklaren.
Het hof vernietigt het vonnis van de economische kamer en verklaart deze onbevoegd. De zaak dient verder te worden behandeld door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Breda.
Uitkomst: De economische kamer is onbevoegd na wijziging van de tenlastelegging en de zaak behoort toe aan de meervoudige strafkamer.