ECLI:NL:GHSHE:2007:BB4468
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Philips
- Kranenburg
- Draijer-Udo
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling biologische vader met kind na langdurige detentie
In deze civiele zaak heeft appellant, de biologische vader [X.], hoger beroep ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn kind [A.], geboren uit een relatie met [Y.]. De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de vereisten van nauwe persoonlijke betrekking (family life) zoals bedoeld in art. 1:377f BW, mede vanwege zijn langdurige detentie en het beperkte contact met het kind.
Het hof oordeelt dat appellant als biologische vader ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat hij naast het vaderschap voldoende bijzondere omstandigheden heeft gesteld die wijzen op een nauwe persoonlijke betrekking met het kind, waaronder samenwoning voor en na de geboorte. Het hof stelt dat het onderscheid tussen juridische vaders (art. 1:377a BW) en natuurlijke vaders (art. 1:377f BW) discriminatoir is en dat de zwaardere ontzeggingsgronden van art. 1:377a BW analoog moeten worden toegepast op natuurlijke vaders.
Gezien de complexe gezinssituatie, de erkenning van het kind door [Z.] en het feit dat het kind [Z.] als vader ziet, acht het hof een nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming noodzakelijk. Dit onderzoek moet de mogelijkheden en voorwaarden voor omgang in het belang van het kind beoordelen. De zaak wordt pro forma aangehouden tot 6 februari 2008 om de resultaten van dit onderzoek af te wachten.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant ontvankelijk en houdt de zaak aan voor nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.