ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2233
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.J. Huige
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens voortijdig instellen bij vermogensbelasting 1991
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag vermogensbelasting 1991 en verzocht om teruggaaf op grond van artikel 14, vijfde lid, van de Wet op de vermogensbelasting 1964. De Inspecteur nam een verminderingsbeschikking, maar deed nog geen uitspraak op het bezwaar dat belanghebbende daarna indiende. Desondanks stelde belanghebbende voortijdig beroep in bij het hof.
Het hof stelde vast dat de brief van 31 januari 1994 als verzoek in de zin van artikel 14, vijfde lid, moest worden gezien en dat de verminderingsbeschikking van 27 oktober 1995 als voor bezwaar vatbare beschikking geldt. Omdat de Inspecteur nog niet op het bezwaar had beslist, was het beroep voortijdig en daarom niet-ontvankelijk.
Het hof wees ook op de langdurige correspondentie en meerdere verzoeken om uitstel van belanghebbende, die uiteindelijk niet werden gehonoreerd. Belanghebbende was niet aanwezig bij de zitting van 24 oktober 2006. Het hof besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en wees erop dat de Inspecteur alsnog op het bezwaar moet beslissen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat het voortijdig is ingesteld vóór uitspraak op bezwaar.