ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1541
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Zinnen
- Smeenk - van der Weijden
- Everaars - Katerberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake beëindiging gezamenlijk gezag na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd in 1994 en hebben twee minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding in 2002 oefenden zij gezamenlijk gezag uit over de kinderen, die bij de vrouw wonen. De vrouw verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen.
De rechtbank wees dit verzoek af omdat er onvoldoende bewijs was dat de communicatie tussen de ouders zodanig verstoord was dat de kinderen klem of verloren zouden raken. De vrouw ging in hoger beroep en stelde dat de man al vóór de echtscheiding Nederland had verlaten en sindsdien onbereikbaar was, waardoor gezamenlijk gezag niet goed mogelijk was.
Het hof stelde vast dat de man Nederland reeds in 1999 verliet en dat geen andere relevante wijziging van omstandigheden was gebleken sinds de echtscheiding. Er was ook geen sprake van onjuiste of onvolledige gegevens. Het hof oordeelde dat communicatie tussen de ouders mogelijk blijft en dat er geen onaanvaardbaar risico bestaat voor de kinderen.
Daarom verklaarde het hof de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek en vernietigde de bestreden beschikking voor zover het gezag betreft, waarbij het gezamenlijk gezag gehandhaafd blijft. Het hof benadrukte dat geschillen over de opvoeding aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzoek tot eenhoofdig gezag niet-ontvankelijk en handhaaft het gezamenlijk gezag.