ECLI:NL:GHSHE:2007:BB0489
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Lamers
- Van Soest-van Dijkhuizen
- Bijleveld-van der Slikke
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing onmiddellijke voorziening omgangsregeling na echtscheiding
Partijen zijn voormalige echtelieden met twee minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding op 3 januari 2005 is een omgangsregeling overeengekomen in een convenant dat deel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking.
De man vorderde in kort geding nakoming van deze omgangsregeling met een dwangsom bij niet-nakoming. De voorzieningenrechter wees deze vordering af omdat onvoldoende belang bij een onmiddellijke voorziening was gebleken, mede vanwege het tijdsverloop van meer dan een jaar en de aard van de zaak.
In hoger beroep voerde de man zes grieven aan en verzocht alsnog om een onmiddellijke voorziening bij voorraad. Het hof overneemt de gronden van de voorzieningenrechter en oordeelt dat de zaak zich niet leent voor kort geding. Bovendien blijkt uit stukken dat Bureau Jeugdzorg gesprekken heeft gevoerd en onderzoek heeft ingesteld, met de verwachting dat omgang onder deskundige begeleiding zal plaatsvinden.
Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en compenseert de proceskosten tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de onmiddellijke voorziening in kort geding wordt afgewezen.