ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6264
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Keizer
- van Wechem
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ondervoeding en verzorging van paarden en tijdigheid van protest
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of appellant tijdig heeft geprotesteerd tegen de vermeende onvoldoende verzorging en ondervoeding van zijn paarden door geïntimeerde, aan wie hij de paarden had toevertrouwd. Appellant vordert schadevergoeding wegens ondervoeding en weigert betaling van een factuur van geïntimeerde. De kantonrechter wees de vordering van appellant af wegens het niet binnen bekwame tijd protesteren, zoals vereist op grond van artikel 6:89 BW Pro.
Het hof bevestigt dat de termijn om te protesteren ongeveer twee maanden bedraagt, gelet op de aard van het gebrek en de moeilijkheid om de gegrondheid ervan na verloop van tijd te verifiëren. Uit de feiten blijkt dat appellant pas in 2003, ruim na het einde van de verzorging in maart 2000, een klacht heeft ingediend. Mondelinge klachten binnen de termijn zijn niet aannemelijk gebleken uit transcripties van gesprekken.
Het hof oordeelt dat het feit dat appellant na 5 maart 2000 nog paarden bij geïntimeerde had, geen reden vormt om de termijn voor protest te verlengen. Ook het verplaatsen van paarden wordt niet als klacht aangemerkt. De vordering van appellant wordt daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld tot betaling van de factuur en de proceskosten. Het hof bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant niet tijdig heeft geprotesteerd en veroordeelt hem tot betaling van de factuur en proceskosten.