ECLI:NL:GHSHE:2007:BA5713
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Raab
- Van Zinnen
- Bijleveld-van der Slikke
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank en verwijzing zaak wijziging kinderalimentatie naar bevoegde rechtbank
Partijen zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen die in het ressort van de rechtbank Arnhem wonen. De man verzocht bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch om wijziging van de alimentatiebijdrage die was vastgesteld door de rechtbank Arnhem. De rechtbank ’s-Hertogenbosch wees het verzoek toe, maar de vrouw stelde dat deze rechtbank onbevoegd was.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 265 Rv Pro de rechter van de woonplaats van de minderjarige kinderen bevoegd is in dergelijke zaken. Omdat de kinderen in het ressort Arnhem wonen, was de rechtbank ’s-Hertogenbosch onbevoegd. Volgens artikel 270 lid 1 Rv Pro had de rechtbank de zaak moeten verwijzen naar de bevoegde rechtbank Arnhem.
Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch en verklaart deze onbevoegd. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem in de stand van het hoger beroep. De vrouw wenst geen inhoudelijke beslissing maar verwijzing naar de bevoegde rechter. De man had ook aangevoerd dat verwijzing naar het hof Arnhem passend is.
De procedure toont het belang van juiste relatieve bevoegdheid bij verzoeken tot wijziging van kinderalimentatie en bevestigt dat de woonplaats van de kinderen bepalend is voor de bevoegde rechter. Het hof draagt de griffier op de beschikking aan het gerechtshof Arnhem te zenden.
Uitkomst: De rechtbank ’s-Hertogenbosch is onbevoegd verklaard en de zaak is verwezen naar het gerechtshof Arnhem.