ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4889
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over afrekening investeringen bij einde huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze civiele zaak stond de afrekening van investeringen aan het einde van een huurovereenkomst van een bedrijfsruimte centraal. De huurovereenkomst was geëindigd per 1 maart 2005. De verhuurder vorderde betaling van huurpenningen en de huurder stelde zich op het standpunt dat de huur mocht worden opgeschort vanwege onduidelijkheid over de waarde van investeringen.
De kantonrechter wees de vorderingen tot ontbinding en ontruiming af en verwierp het beroep op opschorting en verrekening door de huurder. Het hof bevestigde deze beslissingen en oordeelde dat opschorting niet gerechtvaardigd was omdat er geen opeisbare vordering bestond en de waarde van de investeringen niet vaststond.
Het geschil spitste zich toe op de wijze van vaststelling van de waarde van de investeringen. Het hof stelde vast dat een berekening onvoldoende is en dat een taxatie vereist is om het resterende waardevermeerderende effect van de verbouwing op het moment van einde huur vast te stellen. Omdat partijen niet tot overeenstemming waren gekomen over een taxatie, verwees het hof de zaak naar een nader deskundigenonderzoek en gaf partijen de mogelijkheid zich uit te laten over de benoeming van de deskundige en de te stellen vragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis in conventie en houdt de reconventionele vordering aan voor nader deskundigenonderzoek naar de waarde van de investeringen.