ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4451
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegtermijn en bewijslevering in huurovereenkomst voor bedrijfsruimte
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of partijen zijn overeengekomen dat de eerste huurperiode van één jaar zonder opzegtermijn zou eindigen, dan wel dat een opzegtermijn van drie maanden geldt. Huurster voerde aan dat de huurovereenkomst na één jaar automatisch zou eindigen, maar het hof oordeelde dat zij dit niet heeft bewezen.
Tijdens getuigenverhoren bleek dat partijen tijdens een bespreking in een restaurant opties voor een huurperiode van één of vijf jaar hebben besproken, waarbij huurster zich niet wilde binden voor een lange termijn. Er is echter niet gesproken over een opzegtermijn of andere contractuele bepalingen, en verlenging werd slechts als mogelijkheid gezien.
De contractconcepten bevatten wel een opzegtermijn van drie maanden, wat het hof bindend achtte omdat hierover later afspraken zijn gemaakt. Huurster moest dus een opzegtermijn in acht nemen om de overeenkomst te beëindigen. Daarnaast werd een veroordeling tot gebruik van het gehuurde door huurster vernietigd omdat het pand inmiddels aan een derde is verhuurd.
Het hof verklaarde huurster niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen het vonnis van 3 november 2004, vernietigde het vonnis van 22 december 2004 voor zover het punt B) betrof en wees het gevorderde af. De overige onderdelen van het vonnis werden bekrachtigd. Huurster werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Huurster faalt in bewijs en moet de contractuele opzegtermijn van drie maanden respecteren; hoger beroep wordt grotendeels afgewezen.