ECLI:NL:GHSHE:2007:BA3436
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst bestuurder
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de opzegging van de arbeidsovereenkomst van appellant, bestuurder bij geïntimeerde, kennelijk onredelijk was. Appellant voerde aan dat het ontslag onterecht was gegeven omdat hij geen verwijt kon worden gemaakt omtrent verkopen aan een afnemer zonder contante betaling. Het hof oordeelde dat het handelen van appellant, waarbij hij zonder overleg met de aandeelhoudster een afwijkende beleidslijn inzette die leidde tot grote bestellingen zonder contante betaling, een redelijke grond vormde voor opzegging.
Het hof nam het algemene beleid binnen geïntimeerde in aanmerking waarbij leveringen aan afnemers zonder kredietlimiet contant moesten worden betaald, tenzij expliciete toestemming werd gegeven. Appellant had die toestemming begin april 2002 nog, maar gebruikte die bevoegdheid niet op basis van een zorgvuldige afweging, maar zette een nieuwe beleidslijn uit. Dit leidde tot aanzienlijke financiële risico's die door de aandeelhoudster niet werden geaccepteerd.
Verder verwierp het hof het betoog van appellant dat de gevolgen van het ontslag voor hem te zwaar wogen. Zijn leeftijd van 47 jaar en het starten van een eigen bedrijf waren onvoldoende onderbouwd als belemmering voor het vinden van passend werk. Ook het lagere inkomen in latere banen was onvoldoende om de opzegging als kennelijk onredelijk te bestempelen.
Het hof hield rekening met de kantonrechterformule maar oordeelde dat toepassing daarvan tot geen ander resultaat zou leiden. De rechtbank had de vordering tot vergoeding terecht afgewezen en het hof bekrachtigde het vonnis. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de gevorderde vergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging af.