ECLI:NL:GHSHE:2007:BA3145

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
20-002502-04
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22g Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen omzetting taakstraf in hechtenis wegens niet nakomen taakstrafverplichting

De veroordeelde was bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot 240 uren taakstraf, met een vervangende hechtenis van 120 dagen indien de taakstraf niet naar behoren werd uitgevoerd. Na meerdere oproepingen voor het uitvoeren van de taakstraf, waarvan de veroordeelde niet is verschenen, heeft het openbaar ministerie besloten tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis voor 59 dagen.

De veroordeelde stelde dat hij de oproepingen nooit had ontvangen, maar het hof achtte dit niet aannemelijk omdat andere stukken, waaronder oproepingen van het hof en het Centraal Justitieel Incassobureau, wel waren ontvangen. Tevens werd meegewogen dat de veroordeelde eerder een herkansing had gekregen om de taakstraf uit te voeren, maar deze niet had benut.

Bij de openbare zitting heeft het hof kennisgenomen van de conclusie van de advocaat-generaal en de stellingen van de veroordeelde. Gezien het feit dat slechts 61 van de 240 uren taakstraf waren verricht, verklaarde het hof het bezwaarschrift ongegrond en bevestigde de omzetting van de taakstraf in hechtenis.

Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaarschrift ongegrond en bevestigt de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis.

Uitspraak

parketnummer : 20-002502-04
uitspraakdatum : 16 maart 2007
Tegenspraak
GERECHTSHOF 'S-HERTOGENBOSCH
BESLISSING KRACHTENS ART. 22G WETBOEK VAN STRAFRECHT
Beslissing op het bezwaarschrift tegen het bevel vermeld in de kennisgeving tenuitvoerlegging vervangende hechtenis als bedoeld in artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht betreffende de veroordeelde:
[Veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [1982],
wonende te [woonplaats], [adres].
Bezwaarschrift van de veroordeelde
Bij onherroepelijk geworden arrest van dit hof van 16 november 2004 onder bovengenoemd parketnummer is aan de veroordeelde onder meer opgelegd het verrichten van 240 uren taakstraf, te vervangen door hechtenis voor de duur van 120 dagen voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, onder de bepaling van verrekening van het voorarrest en met verdere bepalingen als in dat arrest vermeld.
Bij kennisgeving d.d. 4 september 2006 is door de advocaat-generaal ingevolge artikel 22g, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht medegedeeld dat de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis voor de duur van 59 dagen is bevolen. De veroordeelde zou de taakstraf niet volledig hebben verricht.
Het bezwaarschrift van de veroordeelde richt zich tegen deze beslissing van het openbaar ministerie.
Onderzoek van de zaak
Het bezwaarschrift is behandeld ter openbare zitting van dit hof.
Het hof heeft kennis genomen van de conclusie van de advocaat-generaal, strekkende tot ongegrondverklaring van het bezwaar en van hetgeen van de zijde van de veroordeelde naar voren is gebracht.
Beoordeling
Het bezwaarschrift kan worden ingediend binnen veertien dagen na de betekening van de kennisgeving als hiervoor bedoeld, bij de rechter die de straf heeft opgelegd. Het bezwaarschrift is tijdig ingediend.
Uit het afloopbericht van 7 augustus 2006 van Reclassering Nederland, regio [Pleegplaats], blijkt dat veroordeelde is uitgenodigd om te verschijnen op 7 juli 2006, maar toen zonder enige kennisgeving niet is verschenen. Evenmin heeft hij gehoor gegeven aan een uitnodiging voor 21 juli 2006.
De stelling van veroordeelde dat hij de stukken nooit heeft ontvangen acht het hof niet aannemelijk omdat andere aan hem op dezelfde wijze geadresseerde stukken, zoals van het Centraal Justitieel Incassobureau en de oproeping van het hof, wel door hem werden ontvangen. Het hof weegt tevens mee dat - gelet op de uitspraak van het hof van 28 april 2006 op een eerder verzoek ex artikel 22g Wetboek van Strafrecht - veroordeelde een herkansing heeft gehad om de taakstraf uit te voeren, maar deze kans door eigen nalatigheid niet heeft benut.
Van de in totaal opgelegde 240 uren taakstraf, heeft betrokkene 61 uren gewerkt. Dit houdt in dat van de opgelegde taakstraf, veroordeelde een gedeelte 117 uren niet heeft gewerkt.
De taakstraf is derhalve niet onbegrijpelijk, door de advocaat-generaal omgezet in een hechtenis. Het bezwaar dient derhalve ongegrond te worden verklaard.
B E S L I S S I N G :
Het hof:
Verklaart het bezwaar van de veroordeelde ongegrond.
Aldus beslist door mr. F. van Beuge, als voorzitter, en mrs. H. Harmsen en
E.S.G.N.A.I. van de Griend in tegenwoordigheid van J.H.W. van der Meijs, als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 maart 2007.