ECLI:NL:GHSHE:2007:BA3137

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
20-000902-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs heling kleurentelevisie

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor heling van een kleurentelevisie die hij in oktober 2005 verwierf, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis van de politierechter omdat het bewijs onvoldoende was om de tenlastelegging te bewijzen.

Het hof oordeelde dat uit de stukken en de zitting niet vaststond dat de kleurentelevisie die verdachte voorhanden had, afkomstig was van de diefstal van een partij televisies uit vrachtwagens. Het enkel vaststellen van merk en typenummer was onvoldoende om de televisie onomstotelijk te herleiden tot de gestolen partij.

Daarom sprak het hof de verdachte vrij van de tenlastelegging heling. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen dat de televisie afkomstig was van diefstal.

Uitspraak

Parketnummer: 20-000902-06
Uitspraak : 16 maart 2007
TEGENSPRAAK
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 24 februari 2006 in de strafzaak met parketnummer 01-830738-05 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1985],
wonende te [woonplaats][adres], [adres].
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en de verdachte zal vrijspreken van hetgeen hem ten laste is gelegd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 6 tot en met 13 oktober 2005 te [adres], in elk geval in Nederland, een kleurentelevisie (Samsung) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze kleurentelevisie wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
Het hof komt tot deze conclusie op grond van het feit dat uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting niet is komen vast te staan dat de kleurentelevisie die verdachte voorhanden had, afkomstig was van diefstal. De betreffende kleurentelevisie is niet onomstotelijk aan de hand van bijzondere kenmerken te herleiden tot één van de kleurentelevisies van de partij kleurentelevisies uit de gestolen vrachtwagens. Een merk en typenummer zijn daartoe onvoldoende
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. E.S.G.N.A.I. van de Griend, voorzitter,
mr. H. Harmsen en mr. F. van Beuge,
in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. Van der Meijs, griffier,
en op 16 maart 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.