ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2989
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- P. Fortuin
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting bij vestiging recht van vruchtgebruik op onroerend goed
Belanghebbende, een toegelaten instelling, vestigde op 27 april 1995 het recht van vruchtgebruik op twee complexen woningen ten gunste van een stichting A, die door belanghebbende was opgericht en bestuurd. De koopsommen waren lager dan de kostprijs en de exploitatie werd feitelijk door belanghebbende uitgevoerd. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat de vestiging van het vruchtgebruik volgens hem niet als levering van goederen maar als vrijgestelde verhuur moest worden aangemerkt.
Het geschil draaide om de kwalificatie van de vestiging van het recht van vruchtgebruik voor de omzetbelasting. Belanghebbende stelde dat het een levering van goederen betrof en dat zij recht had op aftrek en herziening van omzetbelasting. Het hof oordeelde dat de vestiging niet leidt tot overdracht van de macht om als eigenaar over het goed te beschikken en dat het recht van vruchtgebruik niet voldoet aan de voorwaarden om als lichamelijke zaak te worden aangemerkt. Daarom is sprake van een dienst, die onder de Wet OB 1968 als vrijgestelde verhuur wordt aangemerkt.
Het hof bevestigde dat het begrip verhuur een communautair begrip is en dat de Nederlandse regeling in overeenstemming is met de Zesde richtlijn. Het hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel omdat het persbericht van 31 maart 1995 voldoende duidelijk was om marktdeelnemers te informeren over de terugwerkende kracht en de gevolgen van de wetswijziging.
Verder stelde het hof vast dat de constructie met stichting A en het vruchtgebruik een belastingbesparing beoogde en kwalificeerde dit als misbruik van recht conform het arrest Halifax. Hierdoor was de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het hof wees het beroep van belanghebbende af en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting is terecht opgelegd omdat de vestiging van het recht van vruchtgebruik als vrijgestelde verhuur wordt aangemerkt en sprake is van misbruik van recht.