ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2920
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- E.S.G.N.A.I. van de Griend
- P.R. Feith
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onduidelijkheid wederrechtelijk voordeel bij bedrieglijke bankbreuk
Verdachte is veroordeeld voor bedrieglijke bankbreuk als bestuurder van een stichting die failliet is verklaard. Het hof onderzocht de periode van juli 1998 tot september 1999 waarin verdachte geldbedragen aan de boedel onttrok en betalingen verrichtte voor privédoeleinden.
Hoewel verdachte onrechtmatig handelde, kon het hof niet vaststellen welk wederrechtelijk voordeel hij daadwerkelijk heeft genoten. Dit komt doordat verdachte en zijn partner vorderingen hadden op de stichting, waaronder achterstallige onkostenvergoedingen en transportkosten, die in mindering moeten worden gebracht op het nadeel van de schuldeisers.
Daarnaast was onduidelijk hoe het faillissement is afgewikkeld en welke uitkering aan schuldeisers, inclusief verdachte, is gedaan. Door deze onzekerheden kon het hof geen verantwoorde schatting maken van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De advocaat-generaal had een bedrag van ruim 85.000 euro gevorderd, maar het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs en onduidelijkheid over het voordeel.
Het arrest werd gewezen door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 2 maart 2007 na behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen omdat het wederrechtelijk voordeel niet op verantwoorde wijze kan worden vastgesteld.