ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ8126
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over het bestaan van een definitieve overeenkomst voor bouw amusementscenter
In deze civiele zaak staat centraal of tussen appellante en FPC een definitieve en onvoorwaardelijke overeenkomst tot stand is gekomen voor de bouw van een amusementscenter te [plaats 1]. Appellante stelt dat dergelijke overeenkomst bestond, terwijl FPC dit betwist en zich beroept op het voorbehoud van juridische en economische haalbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat partijen zich in een oriënterende fase bevonden en dat geen definitieve overeenkomst was gesloten. Tevens vond de rechtbank dat FPC zich terecht op economische onhaalbaarheid kon beroepen. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat bij projectontwikkeling in een vroeg stadium bindende afspraken worden gemaakt, ook zonder overeenstemming over alle details.
Het hof overweegt dat appellante de bewijslast draagt voor het bestaan van een definitieve overeenkomst en dat het ontbreken van schriftelijke instemming van FPC zwaarwegend is. Het hof erkent dat bij projectontwikkeling gebruikelijk kan zijn dat partijen zich vroeg binden, maar dat dit in dit geval nog bewezen moet worden.
Het hof besluit appellante toe te laten tot bewijslevering, waaronder getuigenverhoor, en stelt een procedure vast voor het opgeven van getuigen en het plannen van het verhoor. Alle verdere beslissingen worden aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof laat appellante toe te bewijzen dat een definitieve overeenkomst met FPC bestond en bepaalt nadere procedure voor getuigenverhoor; verdere beslissing wordt aangehouden.