ECLI:NL:GHSHE:2007:2758
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Otten
- C. Lo-Sin-Sjoe
- O.M.J.J. van de Loo
- Rechtspraak.nl
Beschikking op klaagschrift tegen strafvorderlijk beslag op nalatenschap minderjarige erfgenaam
Deze zaak betreft een klaagschrift ex artikel 552a Sv tegen het onder notaris gelegde strafvorderlijk beslag op de nalatenschap van een minderjarige erfgenaam. De nalatenschap betreft een vermogen van bijna 875.000 euro, waarvan het Openbaar Ministerie stelt dat het een criminele herkomst heeft en daarom beslag heeft gelegd op 14 december 2004.
De minderjarige klager, vertegenwoordigd door zijn wettelijke vertegenwoordigster, betwist het beslag. Het hof oordeelt dat het klaagschrift ontvankelijk is, omdat het met instemming van de klager is ingediend. De kern van het geschil is of klager op het moment van verkrijging van de nalatenschap bekend was met de criminele herkomst, wat bepalend is voor het voortduren van het beslag.
Het hof stelt vast dat klager op 24 september 2003 erfrechtelijke aanspraken heeft verkregen door een beschikking van de rechtbank Maastricht die het vaderschap vaststelde. Klager had op dat moment geen kennis of wetenschap van de criminele herkomst van de nalatenschap. Daarom kan het beslag niet worden gehandhaafd en wordt het klaagschrift gegrond verklaard.
Het hof beveelt de teruggave van de aan klager toebehorende gelden uit de nalatenschap. Hiermee wordt het beslag opgeheven en krijgt klager zijn erfdeel terug. De uitspraak is gedaan door mr. Otten, mr. C. Lo-Sin-Sjoe en mr. O.M.J.J. van de Loo op 29 maart 2007.
Uitkomst: Het hof verklaart het klaagschrift gegrond en beveelt de teruggave van het beslag op de nalatenschap van de minderjarige klager.