ECLI:NL:GHSHE:2006:BA4879
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Waaijers
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsovereenkomst en opdracht tussen werknemer en werkgever
In deze zaak vordert [Y.] dat wordt vastgesteld dat tussen hem en [W.] een arbeidsovereenkomst heeft bestaan van 21 mei 2003 tot 1 oktober 2003, dan wel dat hij in opdracht van [W.] werkzaamheden heeft verricht. Tevens vordert hij betaling van een netto bedrag van € 10.811,50, wettelijke verhoging, rente, incassokosten en proceskosten.
De kantonrechter heeft de vorderingen van [Y.] toegewezen, mede omdat [W.] niet tijdig heeft gereageerd op de stellingen van [Y.]. In hoger beroep betwist [W.] het bestaan van een arbeidsovereenkomst en stelt dat [Y.] voor een derde partij, [A.], heeft gewerkt. Zij biedt aan tegenbewijs te leveren.
Het hof oordeelt dat op [Y.] de bewijslast rust van het bestaan van een arbeidsovereenkomst of opdracht. Op grond van het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW en de door [Y.] overgelegde stukken, waaronder betalingen met de vermelding "voorschot loon", is aannemelijk dat een arbeidsovereenkomst bestond. Het hof staat [W.] toe tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigen te horen. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en beslissing.
Uitkomst: Het hof staat de werkgever toe tegenbewijs te leveren en houdt de zaak aan voor getuigenverhoor en verdere beslissing.