ECLI:NL:GHSHE:2006:BA4443

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C200401007
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Etten
  • Den Hartog Jager
  • Van den Bergh
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over tussentijdse opzegging en schadevergoeding huurovereenkomst

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of partijen een tussentijdse opzegging van de huurovereenkomst waren overeengekomen en of huurders aansprakelijk waren voor schade aan een gemetselde kolom van de toegangspoort.

Het hof heeft verhuurder tot bewijslevering toegelaten, maar verhuurder heeft hiervan afgezien. Hierdoor wordt aangenomen dat de schade niet door huurders is veroorzaakt, en wordt de vordering tot schadevergoeding afgewezen.

De eerdere beslissing over de gevorderde huurtermijnen blijft in stand, maar het bedrag wordt verminderd van €3.148,43 naar €2.407,98. De vordering tot betaling van €740,45 wordt afgewezen. Huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het aangepaste bedrag met wettelijke rente vanaf 17 juli 2002.

Ten aanzien van de proceskosten wordt geoordeeld dat huurders in hoger beroep in de helft van de kosten aan de zijde van verhuurder worden veroordeeld. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 17 oktober 2006.

Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot betaling van €2.407,98 met rente en in de helft van de proceskosten, schadevergoeding van €740,45 wordt afgewezen.

Uitspraak

C0401007/HE
ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,
zevende kamer, van 17 oktober 2006,
gewezen in de zaak van:
1. [X.],
2. [Y.],
beiden wonende te [woonplaats],
appellanten bij exploot van dagvaarding van 17 juni 2004,
verder te noemen: huurders,
procureur: mr. I.J.J.M. Roorda,
tegen:
[Z.],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde bij gemeld exploot,
verder te noemen: verhuurder,
procureur: mr. K.V.A.J.M. Schobben,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 13 juni 2006 in het hoger beroep van het onder zaaknummer 299153 en rolnummer 3324/03 door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch gewezen vonnis tussen verhuurder als eiser en huurders als gedaagden.
6. Het tussenarrest van 13 juni 2006
Bij genoemd arrest is verhuurder tot bewijslevering toegelaten en is iedere verdere beslissing aangehouden.
7. Het verdere verloop van de procedure
Verhuurder heeft afgezien van bewijslevering. Vervolgens hebben partijen de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.
8. De verdere beoordeling
8.1. Nu verhuurder heeft afgezien van bewijslevering moet het rechtens voor worden gehouden dat de litigieuze schade aan de gemetselde kolom van de toegangspoort niet is veroorzaakt door (één van) huurders. De betreffende vordering dient derhalve te worden afgewezen.
8.2. In het tussenarrest is reeds geoordeeld dat de beslissing ten aanzien van de gevorderde huurtermijnen in stand moet blijven. Tegen de toewijzing van de bijkomende kosten is geen grief gericht zodat ook deze beslissing in stand moet blijven. In het dictum van het vonnis in eerste aanleg dient dan het bedrag van € 3.148,43 verminderd te worden met € 740,45 zodat resteert een veroordeling tot het betalen van € 2.407,98.
8.3. Ten aanzien van proceskosten is het hof van oordeel dat, nu verhuurder voor een beperkt deel in het ongelijk is gesteld, aldus dient te worden beslist dat de veroordeling met betrekking tot de eerste aanleg in stand kan blijven en dat in hoger beroep huurders dienen te worden veroordeeld in de helft van de kosten aan de zijde van verhuurder gevallen.
9. De uitspraak
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep in zoverre huurders daarin zijn veroordeeld om verhuurder € 3.148,43 te betalen;
en in zoverre opnieuw recht doende:
veroordeelt huurders hoofdelijk des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, om aan verhuurder tegen kwijting te betalen de somma van € 2.407,98, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 juli 2002 tot aan de dag der algehele voldoening;
wijst af de vordering van verhuurder tot betaling door huurders van het bedrag van € 740,45;
bekrachtigt het vonnis voor het overige;
veroordeelt huurders in de helft van de kosten van dit hoger beroep aan de zijde van verhuurder gevallen, tot op heden begroot op € 120,50 voor vast recht en op € 316,- voor salaris procureur;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Etten, Den Hartog Jager en Van den Bergh en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 17 oktober 2006.