ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2769
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- B.F. de Poorter
- P.A.M. Hendriks
- A.M.G. Smit
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klacht tegen voorwaardelijk sepot mishandeling
Op 16 december 2005 deed de minderjarige dochter van klaagster aangifte van mishandeling tegen haar zus, de beklaagde. De officier van justitie besloot de zaak voorwaardelijk te seponeren onder voorwaarden waaronder de beklaagde zich niet mocht schuldig maken aan strafbare feiten en een hulpverleningsprogramma moest volgen.
Klaagster diende vervolgens een klaagschrift in bij het hof met het verzoek het voorwaardelijk sepot ongedaan te maken en de zaak onvoorwaardelijk te seponeren. Het hof oordeelde dat de klachtprocedure ex artikel 12 Sv Pro alleen ziet op zaken waarin geen vervolging plaatsvindt, terwijl hier juist een verzoek werd gedaan om het voorwaardelijk karakter van het sepot te wijzigen.
Daarom verklaarde het hof klaagster niet-ontvankelijk in haar beklag en wees het af. Het hof zag af van het horen van klaagster in raadkamer. De uitspraak bevestigt de beperkte reikwijdte van de klachtprocedure tegen sepotbeslissingen.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht tegen het voorwaardelijk sepot en het beklag is afgewezen.