ECLI:NL:GHSHE:2006:BA0806
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Spoor
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bakkerij v.o.f. na overlijden vennoot en beoordeling kennelijk onredelijk ontslag werknemer
De zaak betreft het hoger beroep van een werknemer, [X.], die na 33 jaar dienstverband bij een bakkerij v.o.f. waarvan een vennoot was overleden, werd ontslagen wegens sluiting van het verliesgevende bedrijf. [X.] vordert een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat rekening gehouden moet worden met het vermogen van de vennoten en zijn persoonlijke situatie, waaronder arbeidsongeschiktheid en financiële problemen.
Het hof stelt vast dat de v.o.f. economisch niet rendabel was en dat het bedrijf per 1 januari 2004 is gesloten met een negatief eigen vermogen. Het pand is eigendom van de overleden vennoot en diens erfgenamen, niet van de v.o.f. of de overblijvende vennoot. Het hof oordeelt dat het vermogen van de vennoten niet betrokken kan worden bij de beoordeling van een vergoeding aan de werknemer, tenzij sprake is van onrechtmatige verrijking, wat niet is gesteld of gebleken.
De arbeidsongeschiktheid van [X.] wordt erkend, maar het hof acht deze niet het gevolg van slechte werkomstandigheden en wijst erop dat ook bij voortzetting van het dienstverband de werknemer aangewezen zou zijn geweest op een WAO-uitkering. Gelet op het negatieve vermogen van de v.o.f. en de noodzaak tot sluiting, is het ontslag niet kennelijk onredelijk. De toegekende suppletie van één jaar op de WW-uitkering wordt als redelijk en billijk beschouwd.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt [X.] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag van [X.] niet kennelijk onredelijk is en wijst zijn vordering tot schadevergoeding af.