ECLI:NL:GHSHE:2006:BA0775
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Lamers
- Koens
- Van Soest-Van Dijkhuizen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake teruggeleiding minderjarige op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag
De vader en moeder, gehuwd in Australië, verbleven met hun minderjarige dochter vanaf november 2004 tijdelijk in Nederland. Na een e-mail van de moeder in juni 2005 waarin zij het huwelijk wilde beëindigen en in Nederland wilde blijven met de dochter, keerde de vader kort daarna terug naar Australië. De moeder weigerde terugkeer van de dochter naar Australië.
De Centrale Autoriteit verzocht op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) de rechtbank om teruggeleiding van de dochter naar Australië. De rechtbank wees dit verzoek af, stellende dat de vader had berust in een definitief verblijf van de dochter in Nederland. Het hof oordeelt echter dat de vader niet uitdrukkelijk heeft ingestemd en dat berusting niet kan worden aangenomen, mede gelet op zijn emotionele toestand en snelle actie na terugkeer in Australië.
Het hof overweegt dat het verblijf van de familie in Nederland als tijdelijk moet worden beschouwd, dat de vader na terugkeer juridische stappen heeft ondernomen en dat de weigeringsgronden van het HKOV niet van toepassing zijn. Daarom wordt het verzoek tot teruggeleiding alsnog toegewezen en wordt de moeder bevolen de dochter uiterlijk 15 juli 2006 terug te brengen naar Australië.
Uitkomst: Het hof beveelt teruggeleiding van de minderjarige naar Australië en vernietigt de eerdere beschikking.