ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ9175
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Grapperhaus
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonbetaling na ontslag op staande voet en werkweigering werknemer
Partijen zijn op 26 augustus 2002 een mondelinge arbeidsovereenkomst aangegaan voor 40 uur per week tegen een nettoloon van €390,- per week. Op 2 september 2002 heeft Quick Force de werknemer op staande voet ontslagen per 30 augustus 2002. De werknemer heeft de nietigheid van dit ontslag ingeroepen en aangeboden zijn werkzaamheden te hervatten, maar de arbeid is niet hervat vanwege onenigheid over het ontslag en voorwaarden.
De kantonrechter wees de loonvordering van de werknemer grotendeels af, waarna hij hoger beroep instelde. Het hof oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was ingetrokken door Quick Force en dat de werknemer het aanbod tot werkhervatting op basis van een nieuwe overeenkomst mocht weigeren. Hierdoor was de opschorting van werkhervatting tot 30 oktober 2002 gerechtvaardigd.
Het hof veroordeelde Quick Force tot betaling van het loon over de periode van 2 september tot en met 30 oktober 2002, vermeerderd met vakantiegelden en wettelijke rente, en matigde de wettelijke verhoging tot 10%. Voor de periode daarna tot 1 mei 2003 was de werknemer gehouden het werk te hervatten, wat hij niet deed, zodat geen loon verschuldigd was. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Quick Force is veroordeeld tot betaling van loon over 2 september tot 30 oktober 2002 met wettelijke rente en vakantiegelden; daarna geen loon verschuldigd wegens werkweigering werknemer.