ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ7001
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Waaijers
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag en toekenning schadevergoeding
In deze zaak staat centraal of de vordering van [X.] wegens kennelijk onredelijke opzegging van haar arbeidsovereenkomst bij ArvinMeritor verjaard is en of de opzegging zelf kennelijk onredelijk was.
De arbeidsovereenkomst werd op 1 mei 2003 beëindigd. [X.] stelde dat haar vordering niet verjaard was omdat de verjaringstermijn door een faxbericht van haar gemachtigde op 29 oktober 2003 was gestuit. Het hof oordeelt dat dit faxbericht als een stuitingshandeling geldt, waardoor de vordering tijdig is ingediend. De kantonrechter had de vordering ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling stelt het hof vast dat ArvinMeritor bedrijfseconomische redenen had voor het ontslag en dat het anciënniteitsbeginsel niet is geschonden. Wel is geoordeeld dat ArvinMeritor geen voorzieningen heeft getroffen voor [X.], die een langdurig dienstverband had, een goede staat van dienst en een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Daarom is het ontslag kennelijk onredelijk en wordt een billijke schadevergoeding van €20.000 toegekend.
Het hof veroordeelt ArvinMeritor tevens in de proceskosten van beide instanties en verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof veroordeelt ArvinMeritor tot betaling van €20.000 schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.