ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ6974
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-Van der Weijden
- Draijer-Udo
- Raab
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan vader wegens frustratie omgang door moeder
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het gezag en de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kinderen, die door de moeder zonder toestemming naar Duitsland zijn overgebracht. De vader verzocht de beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van eenhoofdig gezag aan hem, met de hoofdverblijfplaats bij hem. De rechtbank had dit reeds bepaald, waarna de moeder in hoger beroep ging.
Het hof onderzocht eerst de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op grond van Verordening Brussel II bis. Geconcludeerd werd dat sprake is van ongeoorloofde overbrenging door de moeder zonder toestemming van de vader, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd blijft. De moeder voerde aan dat de Duitse rechter beter bevoegd zou zijn, maar dit werd verworpen omdat de kinderen een sterke band met Nederland hebben.
Inhoudelijk oordeelde het hof dat het gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen is, omdat de moeder stelselmatig omgang met de vader frustreert en eigenmachtig beslissingen neemt. Ondanks het feit dat het goed gaat met de kinderen in Duitsland, is het schadelijk dat zij worden weggehouden bij de vader en blootgesteld aan belastende onderzoeken. Het hof kende daarom het eenhoofdig gezag toe aan de vader en bepaalde dat de kinderen bij hem hun hoofdverblijf hebben.
De kosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak bevestigt de eerdere beschikking van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 7 augustus 2006.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag aan de vader en bepaalt dat de kinderen hun hoofdverblijf bij hem hebben.