ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ6554
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Kranenburg
- Schaafsma - Beversluis
- Van der Velden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging echtscheiding en toewijzing hoofdverblijf en huurrecht aan vrouw, verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn in 1987 op het Turkse consulaat te Rotterdam gehuwd en hebben drie kinderen, waarvan twee minderjarig. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en bepaalde het hoofdverblijf van de minderjarige kinderen en het huurrecht van de woning toe aan de vrouw. De man stelde hoger beroep in tegen deze beslissingen, met name over het hoofdverblijf van de kinderen en het huurrecht van de woning.
Het hof oordeelde dat het verzoek van de man om het hoofdverblijf van de minderjarige kinderen bij hem te bepalen, niet gegrond is, mede omdat de vrouw na een tijdelijke afwezigheid terugkeerde en de zorg voor de kinderen weer op zich nam. Ook het verzoek om het huurrecht van de woning aan de man toe te wijzen werd afgewezen, omdat de vrouw en kinderen daar grotendeels verbleven.
Ten aanzien van het huwelijksvermogensrecht stelde het hof vast dat het Turks recht van toepassing is, aangezien partijen bij huwelijk beiden de Turkse nationaliteit hadden en het huwelijk vóór 1992 is gesloten. Het hof beval de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap volgens het toepasselijke Turkse overgangsrecht. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd, waarbij iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheidingsbeschikking, wijst het hoofdverblijf en huurrecht toe aan de vrouw en beveelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap volgens Turks recht.