ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ5128
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over draagplicht en regres bij terugvordering onterecht verstrekte bijstand
De zaak betreft een hoger beroep over de financiële afwikkeling van een samenwoning tussen een man en een vrouw, waarbij de gemeente onterecht verstrekte bijstand aan de vrouw heeft teruggevorderd over de periode maart 1988 tot december 1991.
De vrouw vordert van de man de helft van het bedrag dat zij aan de gemeente moest terugbetalen, stellende dat zij samenleefden en de man mede aansprakelijk is. De rechtbank veroordeelde de man tot betaling van de helft van het bedrag, vermeerderd met wettelijke rente.
De man voerde verjaring aan en betwistte dat hij met de vrouw een gezamenlijke huishouding voerde. Het hof oordeelde dat de regresvordering van de vrouw niet verjaard is, dat de man terecht is belast met het bewijs van het ontbreken van samenwoning, en dat hij daarin niet is geslaagd. Het hof bevestigde dat de man mede draagplichtig is, omdat de bijstand vermoedelijk ten behoeve van beiden is gebruikt.
Het hof veroordeelde de man tot betaling van hetgeen de vrouw meer heeft betaald dan haar eigen aandeel, met wettelijke rente vanaf het moment van betaling, en compenseerde de proceskosten in hoger beroep. De uitspraak benadrukt de redelijkheid en billijkheid die de draagplicht tussen samenwonenden beheerst.
Uitkomst: De man is mede draagplichtig en moet aan de vrouw betalen wat zij boven haar eigen aandeel heeft voldaan, met wettelijke rente.