ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ4127
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- A. de Lange
- M. Malsch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis waarin de veroordeelde werd veroordeeld voor diefstal en deelname aan een criminele organisatie. Het openbaar ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van soortgelijke feiten, met een bedrag van €750,--.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ondanks overschrijding van de redelijke termijn en oordeelde dat niet-ontvankelijkheid geen passende reactie was gezien de omstandigheden, waaronder het horen van een getuige op verzoek van de verdediging.
Bij de inhoudelijke beoordeling concludeerde het hof dat onvoldoende bewijs bestond voor betrokkenheid van de veroordeelde bij de soortgelijke diefstallen uit mei 2002. De vordering tot ontneming werd daarom afgewezen.
De strafrechtelijke veroordeling bleef in stand, met een gevangenisstraf van 12 maanden en een geldboete voor een ander feit. De uitspraak werd gedaan door het hof te 's-Hertogenbosch op 10 november 2006.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid.