ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ4110
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- A. de Lange
- M. Malsch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
De veroordeelde werd bij vonnis van de rechtbank veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en deelname aan een criminele organisatie. In hoger beroep werd de straf bevestigd, maar het hof moest tevens beoordelen of ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kon worden opgelegd.
Volgens artikel 36e Sr dient onderzocht te worden of de veroordeelde voordeel heeft genoten uit de bewezen verklaarde feiten of soortgelijke feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Het hof stelde vast dat de gestolen goederen in beslag waren genomen en dat de veroordeelde geen voordeel had genoten uit de bewezen feiten.
Verder concludeerde het hof dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat de veroordeelde voordeel had verkregen uit soortgelijke of andere strafbare feiten. Daarom werd de vordering tot ontneming afgewezen. Het arrest bevestigt dat zonder voldoende bewijs geen ontneming kan worden opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.