ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3929
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Waaijers
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid ontslag en toepasselijk Duits arbeidsrecht in internationale arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat centraal de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen [X.] en Otto Industries Europe B.V. (OIE) rechtsgeldig is beëindigd door opzegging op 18 december 2002. [X.], een in Duitsland gevestigde jurist, vordert dat de opzegging niet rechtsgeldig is en dat de arbeidsovereenkomst onverkort voortduurt. De kantonrechter verklaarde [X.] niet-ontvankelijk omdat hij de binnen drie weken na opzegging voorgeschreven termijn volgens Duits recht niet had nageleefd.
Het hof onderzoekt eerst de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en stelt vast dat deze bevoegd is op grond van de EEX-Verordening. Vervolgens beoordeelt het hof het toepasselijke recht en bevestigt dat partijen Duits recht hebben gekozen en dat dit ook zonder rechtskeuze zou gelden. Het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) is niet van toepassing omdat de Nederlandse arbeidsmarkt niet betrokken is.
Het hof vraagt een deskundigenbericht aan het Internationaal Juridisch Instituut over de toepassing van het Duitse Kündigungsschutzgesetz (KSchG), met name over de vraag of de termijn van drie weken een procesrechtelijke of materieelrechtelijke werking heeft en wat de gevolgen zijn van het niet naleven van deze termijn. Ook wordt gevraagd naar de betekenis van de ontslaggrond "betriebsbedingte Gründe" en de rechtsgevolgen van het ontslag op staande voet. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar de rol voor nadere procedurele stappen.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor het verkrijgen van een deskundigenbericht over de toepassing van Duits recht en verdere procedurele stappen.