ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ2384
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Rothuizen-van Dijk
- Vermeulen
- Pellis
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging opheffing conservatoir beslag wegens ondeugdelijkheid vordering geldlening tussen broers
Appellant vordert terugbetaling van een lening die hij in 1980 aan een eenmanszaak verstrekt zou hebben, welke later door geïntimeerde is overgenomen. De lening is nooit schriftelijk vastgelegd en de feiten omtrent de verstrekking zijn onduidelijk.
Geïntimeerde betwist de vordering en heeft opheffing van het conservatoir beslag op zijn onroerende goederen gevorderd. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering verjaard is en dat summierlijk van de ondeugdelijkheid van het recht is gebleken, waarna het beslag werd opgeheven.
Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de lening heeft verstrekt en dat geïntimeerde de schuldenaar is. Ook is het executierisico onvoldoende onderbouwd. Gezien de belangenafweging is opheffing van het beslag terecht. Het hof veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het hoger beroep af wegens ondeugdelijkheid van de vordering en onvoldoende executierisico.