ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ1958
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Grapperhaus
- Waaijers
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt juiste berekening arbeidsongeschiktheidsuitkering ondanks inkomensverschillen
In deze zaak stond de berekening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering (IP-uitkering) van werknemer X. centraal. X. was aanvankelijk gedeeltelijk arbeidsongeschikt en later volledig arbeidsongeschikt, waardoor zijn uitkering lager uitviel dan die van collega’s die vanaf het begin volledig arbeidsongeschikt waren. Dit verschil werd veroorzaakt door de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP (Wet fvp) en de daarbij behorende bruteringstoeslagen.
X. stelde dat dit verschil onrechtvaardig was en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel. Het hof oordeelde echter dat het verschil voortkomt uit wettelijke bepalingen en niet uit het pensioenreglement zelf. Bovendien was het verschil in situatie tussen X. en zijn collega’s relevant, aangezien zij vanaf het begin volledig arbeidsongeschikt waren, terwijl X. aanvankelijk gedeeltelijk arbeidsongeschikt was en nog gedeeltelijk werkte.
Daarnaast vorderde X. schadevergoeding voor onder meer immateriële schade en gemaakte kosten. Het hof kende een immateriële schadevergoeding toe van € 2.000,- en een bedrag van € 150,- voor porto-, telefoon- en reiskosten. Andere schadeposten werden afgewezen wegens onvoldoende specificatie of gebrek aan causaal verband.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover de schadevorderingen waren afgewezen, verklaarde dat het ABP in 1997 toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting, veroordeelde het ABP tot betaling van € 2.150,- schadevergoeding en compenseerde de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het ABP wordt veroordeeld tot betaling van € 2.150,- schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming, terwijl de berekening van de uitkering juist is bevonden.