ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0605
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Grapperhaus
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding arbeidsovereenkomst wegens gewichtige reden
In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen de ontbinding van een arbeidsovereenkomst op grond van een gewichtige reden. De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden en het verzoek van de werknemer om herziening werd door het hof afgewezen.
De werknemer stelde dat de kantonrechter essentiële procesvormen had verzuimd en dat bepaalde wetsartikelen ten onrechte buiten toepassing waren gelaten. Het hof oordeelde echter dat het hoger beroep ontvankelijk was maar dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om het appelverbod van artikel 7:685 lid 11 BW Pro te doorbreken.
Het hof benadrukte dat de kantonrechter voldoende proceskansen had geboden, geen fundamentele rechtsbeginselen had geschonden en dat de motivering en feitelijke vaststellingen niet onrechtmatig waren. Het beroep werd verworpen en de werknemer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verwierp het hoger beroep en bevestigde de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige reden.