ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0587
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Venhuizen
- Van der Velden
- Rechtspraak.nl
Internationale rechtsmacht en vertaling bij voorlopig getuigenverhoor in aandeelhoudersgeschil Fitline
In deze zaak staat het geschil tussen PMAG en [X.], aandeelhouders uit Luxemburg, en de Nederlandse vennootschap LJPM centraal. LJPM vordert een voorlopig getuigenverhoor ter verduidelijking van de gang van zaken binnen Fitline, waarbij zij stelt dat PMAG en [X.] onrechtmatig hebben gehandeld door ondernemingsactiviteiten over te hevelen zonder haar als minderheidsaandeelhouder te informeren.
PMAG en [X.] betwisten de internationale rechtsmacht van de Nederlandse rechter en voeren aan dat de Betekeningsverordening niet correct is nageleefd omdat zij geen vertaling van het verzoekschrift ontvingen. Het hof onderzoekt uitgebreid de toepasselijkheid van verschillende artikelen uit de EEX-Verordening en de Betekeningsverordening, en concludeert dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is op grond van artikel 22 lid 2 EEX Pro-Vo, maar niet op grond van artikel 6 EEX Pro-Vo.
Verder oordeelt het hof dat het ontbreken van een vertaling van het verzoekschrift aan PMAG en [X.] niet leidt tot niet-ontvankelijkheid, maar dat herstel mogelijk is. Daarom beveelt het hof dat LJPM binnen twee weken een vertaling aan de advocaat van PMAG en [X.] verstrekt, waarna zij hun verweer kunnen aanvullen. Het hoger beroep is ontvankelijk en de procedure wordt voortgezet met inachtneming van deze voorwaarden.
Uitkomst: Het hof bevestigt de internationale rechtsmacht van de Nederlandse rechter en beveelt toezending van een vertaling van het verzoekschrift aan PMAG en [X.] voor voortzetting van het voorlopig getuigenverhoor.