ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0117
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Theuws
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek medehuurderschap wegens ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter Breda waarin het verzoek van [X.] en haar kleinzoon [Y.] tot medehuurderschap van de gehuurde woning werd afgewezen. [X.] huurt sinds 1994 een woning van de Woonstichting en haar kleinzoon woont sinds 1994 bij haar in. Zij hebben samen een gemeenschappelijke huishouding gehad met als doel de verzorging en opvoeding van de kleinzoon tot financiële zelfstandigheid.
Na het bereiken van volwassenheid en zelfstandigheid van [Y.] betoogden appellanten dat er sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding in de zin van artikel 7:267 BW Pro, wat recht zou geven op medehuurderschap. Het hof oordeelde echter dat de huidige situatie niet voldoet aan het vereiste duurzame karakter. De financiële bijdrage van [Y.] wordt gezien als vergelijkbaar met kostgeld en de lichamelijke gesteldheid van [X.] is onvoldoende om een duurzame gezamenlijke huishouding aan te nemen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt [X.] c.s. in de kosten van het hoger beroep. Het hof merkt op dat in de toekomst, mocht de situatie veranderen, een nieuw verzoek mogelijk wel succesvol kan zijn.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot medehuurderschap af wegens ontbreken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.