ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0108
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Grapperhaus
- Waaijers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over uitbetaling niet opgenomen vakantiedagen na reorganisatie-ontslag
De werknemer [X.] was van 1 juli 1988 tot 1 augustus 2002 in dienst bij Agerland. Na een reorganisatie verviel zijn functie en hij trad toe tot het Mobiliteitscentrum, waarbij hij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aanging en een vertrekpremie ontving. [X.] vorderde uitbetaling van niet opgenomen vakantiedagen.
De kantonrechter wees de vordering af wegens strijd met redelijkheid en billijkheid, mede gelet op de omstandigheden zoals doorbetaling van salaris zonder werkzaamheden, opleidingen en de vertrekpremie. Het hof oordeelde echter dat de vordering niet onaanvaardbaar is en dat Agerland het bewijs moet leveren dat met [X.] was afgesproken dat de vakantiedagen vóór het einde van de arbeidsovereenkomst moesten worden opgenomen.
Het hof stelde een bewijsprocedure in waarbij Agerland getuigen mag horen onder toezicht van een raadsheer-commissaris. De zaak werd aangehouden voor nadere bewijslevering en eventuele schikking. Het hof gaf aan dat indien Agerland slaagt in het bewijs, het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd wordt, anders wordt het vernietigd en wordt de vordering toegewezen met een wettelijke verhoging van 10%.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor bewijslevering over de afspraak omtrent opname van vakantiedagen, met mogelijkheid tot schikking.