ECLI:NL:GHSHE:2006:AY7807
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Aarts
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens bedrijfseconomische redenen zonder passende compensatie
In deze zaak staat centraal de vraag of het door [X.] gegeven ontslag aan [Y.] kennelijk onredelijk is op grond van artikel 7:681 BW Pro. [Y.] was werkzaam als Corporate Continuous Improvement Process Leader en werd ontslagen vanwege een personeelsreductie van 10% die het bedrijf wereldwijd doorvoerde.
Het hof oordeelt dat de aan het ontslag ten grondslag gelegde bedrijfseconomische reden niet als vals kan worden aangemerkt, aangezien [Y.] deze niet betwist. Wel is geoordeeld dat [X.] onvoldoende heeft onderbouwd dat het ontslag noodzakelijk was voor een gezonde bedrijfsvoering. Daarnaast is vastgesteld dat het anciënniteitsbeginsel correct is toegepast op het personeelsbestand van de bedrijfsvestiging.
Het hof acht het ontslag kennelijk onredelijk op grond van het gevolgencriterium, omdat de negatieve gevolgen voor [Y.] zwaar wegen en geen sociaal plan of begeleidingstraject is geboden. Daarom kent het hof een vergoeding toe van €44.645,71 bruto, verminderd met loon over de wettelijke opzegtermijn, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 oktober 2003.
De eerdere uitspraak van de kantonrechter wordt vernietigd en het hoger beroep van [X.] wordt afgewezen. [X.] wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het ontslag van [Y.] wordt kennelijk onredelijk verklaard en [X.] wordt veroordeeld tot een vergoeding van €44.645,71 bruto plus wettelijke rente.